Met mijn familie bijkletsen over mijn verhuizing… en de bomaanslagen in hun achtertuin

Over twee weken ga ik verhuizen. De eerste doos met keukenspullen heb ik al ingepakt. Echt irritant dat ik tussen mijn werkdagen door straks mijn hele huis moet doorspitten, woongegevens moet wijzigen en waarschijnlijk ook nog een halve dag bij de sloop sta. Slopend. Aan het einde van mijn lange dag plof ik neer op de bank om nog even met mijn familie te bellen. Ik vertel over mijn verhuizing. Zij over de bomaanslagen in hun achtertuin.

Handjes knijpen

God, wat mag ik in mijn handjes knijpen dat mijn ouders in ‘94 zijn gevlucht uit Oekraïne. Als kind heb ik me er nog vaak over verwonderd hoe mijn leven daar was geweest. Opgroeien met mijn opa’s en oma’s, neefjes en nichtjes, me écht rooted en thuis voelen. Maar god, wat knijp ik nu in mijn handjes dat mijn huidige levenszorg ‘verhuisstress’ is. Verhuis. Stress. Een woord dat ik nu bijna mijn bek niet uit krijg. 

Sfeer en vuurwerk

“We zijn heel erg bang” zegt mijn tante aan de andere kant van de lijn. Vanaf het allereerste bombardement in Charkov zit mijn lieve familie in onvoorstelbare spanning. De één met kleine kindjes, wetende dat ze binnenkort hun huis moeten verlaten. De ander met mijn lieve omaatje, die te oud en te ziek is om alleen al de woonwijk uit te komen. Met een brok in mijn keel luister ik naar de grapjes die ze maken om de stilte te verbreken. 

Over “de ineens sfeervolle woonkamer”, want het licht kan ‘s avonds beter uit blijven. En het oud & nieuw gevoel, want “soms klinkt het net als vuurwerk”.

De grens van de mens

De grens is bereikt. Woede en onmacht zijn al dagen de leidende emoties in mijn gezin, mijn familie, mijn omgeving. Maar de grens heeft ineens zoveel meer verschillende betekenissen. Waar ligt de grens van de hulp die ik kan bieden? Wanneer is de grens bereikt om te vluchten? Hoe ver is de grens van Polen? En vooral, waar ligt de grens van onze menselijkheid? Hoe ver kunnen we gaan?

Stuipen op het lijf jagen

Mijn oma is bang dat mijn tante me afschrikt met haar grapjes. “Hou op! Waarom zou je dat kind de stuipen op lijf jagen?”. Gelukkig kunnen we daar om lachen. Als we zijn uitgepraat over de schietpartijen en bombardementen, vertel ik ook maar even over mijn verhuizing. Ik kijk met een schuin oog naar de verhuisdozen in de hoek van mijn woonkamer. Wat een luxe dat ik van mijn ene veilige plekje, naar het andere ga. Ik vertel erover in geuren en kleuren. Zij luisteren met een glimlach.

Vorige
Vorige

Embrace de fucking zebra